|
BENU Een zwerm van zeven mythische vogels zwiert en fluit op hoge, dunne palen. Met hun snavels recht in de wind en hun scherpe ogen gericht op de grond, draaien ze als windwijzers hun eigen bewegingsspel. De fantasiedieren verbeelden tegelijkertijd de harde onvermijdelijkheid en de schoonheid van vergankelijkheid. Grote inspiratiebron voor deze paradoxale pracht is de feniks, de mythische vogel die verbrandt en wordt herboren uit zijn eigen as, en diens vroegste voorvlieger uit Egypte, het totemdier Benu. Deze reigerachtige vogel staat vaak in piramides afgebeeld. Hij vliegt ’s nachts met de zielen van de doden mee naar de onderwereld en wordt iedere ochtend herboren op de bovenwereld, net als de zon. De installatie is overdag een fier baken in het landschap. ’s Avonds kan het verlicht worden en waakt het over de schaduwen. |

